Tenerife is het grootste van de Canarische Eilanden en het klassieke antwoord op de vraag 'waar is het in de winter nog warm?'. Dankzij de ligging voor de kust van Afrika is het er het hele jaar zacht, met een vulkaan van bijna vierduizend meter in het midden van het eiland.
Het eiland heeft een duidelijk noord-zuidverschil. Het zonnige, droge zuiden — rond Costa Adeje, Playa de las Américas en Los Cristianos — is het domein van de badplaatsen, met betrouwbaar weer en de meeste resorts. Het groenere, vochtigere noorden rond Puerto de la Cruz en La Laguna is authentieker, cultureler en vaak bewolkter. Wie zonzekerheid zoekt, zit in het zuiden het veiligst.
In het midden torent de Teide, de hoogste berg van Spanje, boven alles uit. Het Teide-nationaalpark is een maanlandschap van lavavelden en vulkanische kegels, bereikbaar met de auto of via een kabelbaan tot vlak onder de top. Op heldere dagen kijk je van boven neer op een wolkendek met de andere eilanden aan de horizon. Het is een compleet ander Tenerife dan de stranden aan de kust, en op één dag heen en terug te doen.
De stranden zelf zijn wisselend van kleur: van het gouden, aangevoerde zand in het zuiden tot de zwarte vulkaanstranden elders. Costa Adeje heeft de meest verzorgde boulevards en familievriendelijke baaien. Wie meer wil dan zon, vindt walvis- en dolfijnentochten voor de zuidkust, wandelingen in het Anaga-gebergte in het noorden en het levendige carnaval van Santa Cruz, een van de grootste ter wereld.
Omdat het klimaat het hele jaar mild is, is Tenerife net zo goed een winter- als een zomerbestemming. Veel bezoekers boeken all-inclusive in het zuiden en huren een auto voor één of twee dagen om de Teide en het noorden te zien. De vlucht is met ruim vier uur wel merkbaar langer dan naar de Middellandse Zee.
