Gran Canaria wordt niet voor niets 'een continent in het klein' genoemd: op een rond eiland van amper vijftig kilometer doorsnee vind je duinen, bergen, groene ravijnen en het hele jaar door zachte zon. Het is de rustiger tegenhanger van buureiland Tenerife, met net zulke zonzekerheid.
Het toeristische hart ligt in het zuiden, rond Maspalomas en Playa del Inglés. Daar liggen de beroemde zandduinen van Maspalomas: een klein woestijngebied vlak aan zee dat tot beschermd natuurgebied is uitgeroepen. De brede stranden en de wandelboulevard maken dit tot een van de populairste zonzones van de Canarische Eilanden, met betrouwbaar weer en veel keuze in resorts.
Het contrast met het binnenland is groot. Rijd je vanaf de kust het eiland in, dan klim je in korte tijd naar bergdorpjes, dennenbossen en diepe ravijnen. Het historische stadje Teror, de bergkam rond Roque Nublo en de uitkijkpunten over de Caldera de Tejeda laten een heel ander Gran Canaria zien dan de stranden. Op een dag kun je van de duinen naar een koel bergdorp en weer terug.
In het noorden ligt de hoofdstad Las Palmas, een echte stad met een historisch centrum (Vegueta), een druk winkelleven en het stadsstrand Las Canteras, dat door velen tot de mooiste stadsstranden van Spanje wordt gerekend. Wie strandvakantie met een stukje stedelijk leven wil combineren, zit hier goed.
Net als op de andere Canarische Eilanden is het klimaat het hele jaar zacht, wat Gran Canaria tot een klassieke winterzon-bestemming maakt. De meeste bezoekers boeken all-inclusive in het zuiden; een huurauto voor één of twee dagen is genoeg om het binnenland en de hoofdstad te zien. De vlucht duurt, net als naar Tenerife, ruim vier uur.