Istanbul is de enige grote stad ter wereld die op twee continenten ligt: aan de ene kant van de Bosporus Europa, aan de andere Azië. Het is een stad met een geschiedenis van bijna tweeduizend jaar als hoofdstad van twee wereldrijken, en tegelijk een bruisende metropool van vandaag. Voor een citytrip is het een van de rijkste bestemmingen binnen handbereik.
De klassieke bezienswaardigheden liggen dicht bij elkaar in het historische Sultanahmet. De Hagia Sophia, ooit de grootste kerk van de christenheid en later een moskee, staat vlak tegenover de Blauwe Moskee met haar zes minaretten. Om de hoek liggen het immense Topkapı-paleis van de Ottomaanse sultans en de ondergrondse Basilica Cisterne. Met een paar dagen zie je dit kerngebied comfortabel te voet.
Winkelen en sfeer proeven doe je in de Grote Bazaar, een overdekt doolhof van duizenden winkeltjes, en in de geurige Egyptische Bazaar (de Kruidenbazaar). Aan de overkant van de Gouden Hoorn ligt de moderne kant van de stad: de wijk Beyoğlu met de drukke winkelstraat İstiklal, de Galatatoren en een levendig café- en restaurantleven. Een boottocht over de Bosporus, tussen Europa en Azië, hoort er bijna verplicht bij.
Istanbul is ook een eetstad. Van straatverkopers met gegrilde vis en simit tot uitgebreide meze-tafels en baklava: de Turkse keuken komt hier op z'n best tot z'n recht, vaak voor weinig geld. Een ontbijt op z'n Turks — met kaas, olijven, eieren en verse thee — is een ervaring op zich.
Een citytrip naar Istanbul kost weinig vliegtijd, ongeveer drieënhalf uur rechtstreeks, en is het hele jaar door mogelijk. De stad is groot, dus reken op wat tijd voor verplaatsingen; tram, metro en veerboten brengen je overal. Voor een lang weekend heb je genoeg om je onder te dompelen, al blijf je met gemak een week bezig.
